De Belastingdienst kan eigen fouten niet altijd zomaar even rechtzetten. Dat bleek in Haarlem, waar de rechtbank bepaalde dat een fout berekende heffingsrente niet mocht worden verhoogd. Volgens de rechtbank ontbrak de vereiste wettelijke grondslag voor herziening van de beschikking heffingsrente.
De Belastingdienst had bij een naheffing van ruim 2,1 miljoen aan loonbelasting abusievelijk slechts 149 euro heffingsrente aan een BV in rekening gebracht. De inspecteur had gemeld dat sprake was van een 'onjuiste administratieve verwerking', dat de heffingsrente 284.409 euro moest zijn en had uiteindelijk 268.655 euro heffingsrente nageheven.
Volgens de rechtbank staat artikel 30j, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) naheffing van heffingsrente niet toe. Omdat ook de bepalingen over naheffing of navordering niet expliciet van toepassing waren verklaard, zag de rechtbank geen vereiste wettelijke grondslag voor herziening van de beschikking heffingsrente.